Bag holder beschrijft een belegger die vastzit met een cryptocurrency lang nadat de prijs is ingestort, en die nog steeds hoopt op herstel, zelfs wanneer de meeste signalen de andere kant op wijzen. De term komt niet uit de cryptowereld zelf: hij stamt uit het oudere beursjargon "left holding the bag", waarmee iemand wordt bedoeld die achterblijft met een waardeloos bezit nadat iedereen anders al is uitgestapt.
Een bag holder worden heeft minder met pech te maken dan met gedrag. Traders kopen een token vaak tijdens een hype-gedreven rally, soms uit FOMO, en weigeren daarna te verkopen zodra de prijs daalt, een patroon dat de gedragseconomie loss aversion en het disposition effect noemt. De sunk cost fallacy versterkt dit: omdat er al geld is ingelegd, voelt verkopen met een flink verlies zwaarder dan wachten, ook al helpt wachten zelden.
De ICO-hausse van 2017 tot 2018 liet duizenden bag holders achter nadat de meeste projecten volledig faalden, en de val van het Terra/Luna-ecosysteem in 2022 wiste binnen enkele dagen miljarden weg, waardoor langetermijngelovigen van de ene op de andere dag bag holder werden. Niet elk verhaal loopt slecht af: sommige beleggers die werden uitgelachen omdat ze Bitcoin vasthielden nadat de koers in 2018 met meer dan 80% daalde, kregen jaren later alsnog gelijk toen de prijs herstelde, al is dat eerder uitzondering dan regel.
De term wordt binnen crypto-community's zowel als waarschuwing als als galgenhumor gebruikt, een herinnering dat hoop alleen geen strategie is voor een verliesgevende positie.