Een Bollinger Band is een volatiliteitsindicator, geen statisch prijskanaal: de breedte ervan krimpt en groeit automatisch naarmate de markt minder of meer volatiel wordt. De indicator werd begin jaren tachtig ontwikkeld door handelaar John Bollinger, die op zoek was naar een band die zich aanpaste aan veranderende omstandigheden in plaats van de prijs op een vaste afstand te volgen.
De bovenste en onderste lijn zijn geen willekeurige veelvouden van het moving average; ze liggen op een gekozen aantal standaarddeviaties (meestal twee) daarvandaan, waardoor ze meten hoe ver de prijs afwijkt van zijn recente gemiddelde. In een rustige markt knijpen de banden strak samen; bij een piek in volatiliteit verbreden ze zich sterk. Traders letten op een langdurige "squeeze" als signaal dat er een grote beweging aan zit te komen, omdat lage volatiliteit vaak voorafgaat aan hoge volatiliteit. Statistisch gezien blijft ongeveer 95% van de prijsbeweging binnen de banden van twee standaarddeviaties, dus een duidelijke sluiting daarbuiten wordt vaak gezien als een belangrijk, al niet per se richtinggevend, signaal.
Op een candlestick chart kan prijs die herhaaldelijk de bovenste band raakt of erlangs blijft lopen wijzen op een overbought, sterk trending markt, terwijl aanhoudend contact met de onderste band op oversold omstandigheden kan wijzen. Omdat de banden op zichzelf niets over de richting zeggen, combineren de meeste cryptohandelaren ze met volume- of momentumindicatoren om te bevestigen of een breakout echt is, zeker bij minder liquide altcoins waar dunne orderboeken misleidende bandcontacten kunnen veroorzaken.