Een node draaien betekent dat je de clientsoftware van de blockchain uitvoert, zodat een machine de regels van het protocol zelfstandig kan afdwingen in plaats van iemand anders op zijn woord te geloven. Een node controleert digitale handtekeningen, wijst dubbele uitgaven (double-spends) af, weigert blocks die de consensus schenden en deelt geldige data met de andere nodes in het netwerk. Hierdoor verandert een blockchain van een database die door één partij wordt beheerd in een gedeeld grootboek waar duizenden onafhankelijke deelnemers het over eens zijn.
Niet elke node doet hetzelfde werk. Een full node houdt een geverifieerde kopie van de chain bij en controleert elke transactie zelf aan de hand van de regels, waardoor het een vertrouwensanker voor het netwerk vormt. Een archive node gaat nog verder en bewaart de volledige historische status, zodat oude saldi en smart-contractdata op elk block kunnen worden opgevraagd. Een light node, veelvoorkomend in mobiele wallets, downloadt alleen block headers en vraagt full nodes om bewijzen, waarbij wat onafhankelijkheid wordt ingeruild voor snelheid en weinig opslag.
Het aantal nodes en de geografische spreiding zijn belangrijk omdat ze bepalen hoe bestand een netwerk is tegen censuur of een single point of failure: Bitcoin heeft bijvoorbeeld tienduizenden publiek bereikbare nodes verspreid over ruim honderd landen, waarvan veel draaien op gewone hardware thuis. Een full node draaien kost bandbreedte en schijfruimte, wat een van de redenen is waarom lichtere alternatieven bestaan, maar het is de enige manier om je eigen tegoeden en transacties te verifiëren zonder afhankelijk te zijn van een exchange of wallet-provider.
Nodes zijn iets anders dan miners of validators: een node kan simpelweg data doorgeven en controleren, terwijl mining en staking bovendien met elkaar concurreren om nieuwe blocks te produceren.