Intrinsieke waarde is een begrip uit de traditionele financiële wereld, waar analisten de waarde van een aandeel bepalen door de verwachte kasstromen van een bedrijf te verdisconteren. Diezelfde toets toepassen op crypto is waar de discussie begint: de meeste cryptocurrencies keren geen dividend uit, genereren geen winst en vertegenwoordigen geen aandeel in een bedrijf, waardoor een strikt kasstroommodel voor bijna elke token uitkomt op vrijwel nul.
Voorstanders stellen dat deze vergelijking een raamwerk verkeerd toepast dat is gebouwd voor aandelen. Ook activa als goud, kunst en fiatgeld hebben geen kasstromen, maar worden algemeen als waardevol beschouwd. Voorstanders wijzen daarom op andere bronnen van waarde: het vaste aanbod van 21 miljoen Bitcoin zorgt voor schaarste vergelijkbaar met een edelmetaal, het proof-of-work mining-proces verbruikt echte energie en hardware (wat een meetbare productiekost oplevert), en de wereldwijde, permissionless afwikkelingslaag biedt echt nut voor het verplaatsen van geld zonder tussenpersonen. Netwerkeffecten voegen nog een laag waarde toe: naarmate meer gebruikers, wallets en handelaren een blockchain gaan gebruiken, wordt het netwerk nuttiger voor iedereen die al meedoet, vergelijkbaar met de logica van de Wet van Metcalfe.
Critici stellen daar tegenover dat schaarste en energieverbruik alleen geen blijvende vraag garanderen, en dat duizenden tokens vooral bestaan voor speculatie met weinig onderliggend protocolgebruik om een prijs te rechtvaardigen. In de praktijk combineren de meeste beleggers fundamentele analyse van de adoptie, beveiliging en tokenaanbod van een project met marktsentiment, in plaats van te vertrouwen op één enkele formule voor intrinsieke waarde, aangezien cryptoactiva zich grotendeels onttrekken aan de discounted-cashflow-modellen die voor aandelen en obligaties zijn ontwikkeld.