De verbinding tussen een sidechain en de bijbehorende mainchain werkt via een lock-and-mint proces: assets worden vastgezet in een smart contract of escrow op de hoofdketen, een gelijkwaardig bedrag wordt gemint op de sidechain, en het omgekeerde gebeurt (burn en unlock) wanneer assets teruggaan. Omdat de sidechain zijn eigen set blockproducenten en eigen regels heeft, kan hij parameters afstemmen, zoals blocktijd, gaskosten of virtual machine functies, die de hoofdketen niet voor iedereen zou aanpassen.
Deze onafhankelijkheid is meteen ook de belangrijkste afweging. Een Ethereum rollup plaatst transactiedata of validity proofs terug op Ethereum en erft daardoor veel van zijn beveiliging van de basislaag, wat de reden is dat het wordt geclassificeerd als een Layer 2 in plaats van een sidechain. Een sidechain leunt daarentegen volledig op zijn eigen set validators, vaak een kleinere of federated groep, om het netwerk eerlijk te houden. Als die validatorgroep wordt gecompromitteerd, lopen naar de sidechain gebrugde fondsen risico, ongeacht hoe veilig de hoofdketen zelf is.
Bekende voorbeelden zijn Polygon PoS, dat assets van en naar Ethereum brugt met zijn eigen proof-of-stake validators, het aan Bitcoin gekoppelde Liquid Network dat door exchanges wordt gebruikt voor snellere afwikkeling, en Ronin, een op gaming gerichte sidechain gebouwd voor Axie Infinity. Ronin is ook de meest sprekende waarschuwing in de sector: in 2022 kregen aanvallers controle over een meerderheid van de validatorsleutels en haalden ze zo'n 625 miljoen dollar weg, wat laat zien dat bridge- en validatorbeveiliging, niet de onderliggende blockchain, meestal de zwakste schakel vormt.
Sidechains blijven populair voor toepassingen die goedkope, snelle transacties nodig hebben en bereid zijn een onafhankelijk beveiligingsmodel te accepteren in ruil daarvoor.