Als munteenheid verwijst "bitcoin" naar de deelbare rekeneenheid die is ingebouwd in het Bitcoin-protocol, niet naar het netwerk zelf: elk saldo op de blockchain is uiteindelijk een telling van het kleinste ondeelbare stukje, en één hele bitcoin is gedefinieerd als precies 100.000.000 van die stukjes. Deze vaste verhouding ligt vast in de consensusregels van Bitcoin en kan niet worden gewijzigd zonder de compatibiliteit van het hele netwerk te breken.
Het protocol slaat alle waarden intern op in satoshi's en zet deze pas om naar het vertrouwde "1 BTC"-formaat voor leesbare wallets en beursweergaven. Omdat de marktprijs van bitcoin ver is gestegen boven wat de meeste mensen kunnen betalen voor een hele eenheid, zijn kleinere denominaties gangbaar geworden in het dagelijks gebruik: een sat is de afkorting voor satoshi, terwijl een millibitcoin gelijk is aan een duizendste van een bitcoin, oftewel 100.000 satoshi's. Andere benoemde fracties, zoals microbitcoin en centibitcoin, bestaan wel, maar worden veel minder gebruikt dan de sat.
Deze fijnmazigheid is om praktische redenen belangrijk. Het totale aanbod van bitcoin is beperkt tot 21 miljoen munten, dus naarmate de adoptie groeit en elke eenheid schaarser wordt, houdt het opdelen in kleinere stukjes dagelijkse betalingen werkbaar in plaats van gebruikers te dwingen te handelen in piepkleine decimale breuken van "1,0" bitcoin. Dit is vooral zichtbaar op het Lightning Network, waar bijna-directe micropayments doorgaans worden geprijsd en weergegeven in sats in plaats van BTC, en waar een nog kleinere eenheid, de millisatoshi, puur bestaat voor interne feeberekeningen.