Proof of Work (PoW) is het mechanisme waarmee een blockchain overeenstemming bereikt over welke transacties geldig zijn en welke deelnemer het volgende block mag toevoegen, zonder dat daar een centrale autoriteit voor nodig is. Het idee komt oorspronkelijk uit de jaren negentig, waar het werd bedacht om spam en denial-of-service-aanvallen tegen te gaan, en is later omgevormd tot het economische fundament van een gedecentraliseerd netwerk.
Bij PoW strijden deelnemers, miners genoemd, met gespecialiseerde hardware om een numerieke waarde te vinden, de nonce, die een blockhash oplevert die voldoet aan het huidige moeilijkheidsniveau van het netwerk. Dit vergt enorm veel rekenwerk op basis van trial-and-error, wat bewust duur is om uit te voeren maar goedkoop om te controleren zodra het gevonden is. De moeilijkheidsgraad past zich automatisch aan zodat blocks in een vrij constant tempo blijven verschijnen, ongeacht hoeveel totale hashrate er meedingt. De winnende miner verspreidt het block en ontvangt een beloning: nieuw uitgegeven coins plus transactiekosten.
Dit ontwerp geeft PoW-netwerken sterke, in de praktijk beproefde beveiliging: het herschrijven van transactiegeschiedenis zou vereisen dat je meer rekenkracht hebt dan het hele eerlijke netwerk, een kostenpost die groeit naarmate de chain groter en ouder wordt. Bitcoin is het bekendste voorbeeld en draait sinds 2009 onafgebroken op PoW, naast coins als Litecoin, Dogecoin en Monero.
De keerzijde is het energieverbruik. PoW-mining verbruikt grote hoeveelheden elektriciteit, wat toezichthouders en milieucritici scherp in de gaten houden, en heeft sommige nieuwere netwerken, waaronder Ethereum na de overstap in 2022, richting Proof of Stake gestuwd. PoW-chains lopen daarnaast een theoretisch risico op een 51%-aanval, waarbij een partij die het grootste deel van de rekenkracht van het netwerk beheerst de transactievolgorde zou kunnen verstoren, al wordt dit exponentieel moeilijker naarmate de hashrate van een netwerk groeit.